Rijbaanregels voor ruiters
Net als in het verkeer gelden er ook regels in de rijbaan. Ruiters dienen zich aan onderstaande rijbaanregels te houden. Begrijpt u één of meer regels niet? Uw instructeur of overige personeelsleden geven u graag een toelichting.


1.   Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met gesloten 
       kinband te dragen.

2.   Bij het rijden dienen de schoenen ruim in de stijgbeugel te zitten.

3.   Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen of stevige schoenen met een
      gladde doorlopende zool met hak, gecombineerd met chaps.

4.   Bij het rijden dienen grote, uitstekende sieraden en losse kleding te zijn af- c.q.
      uitgedaan.

5.   Het voornemen om in of uit de rijbaan te gaan, moet luid worden aangekondigd 
      en hiervoor moet toestemming zijn gevraagd.
6.   Longeren in de rijbaan is enkel toegestaan bij akkoordbevinding van de overige
      ruiters.

7.   Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd als er ook andere
      ruiters in de rijbaan rijden.

8.   Als er gesprongen wordt in de rijbaan, dienen de overige ruiters te stappen op de
      hoefslag.

9.   Op- en afstijgen geschiedt op de AC-lijn.

10. Stappen of halthouden op de hoefslag is niet toegestaan.

11. De combinatie die op de linkerhand rijdt, heeft bij het passeren voorrang en mag
      dus op de hoefslag blijven rijden.

12. Degene die een snellere gang heeft en/of zijgangen rijdt, heeft altijd
       voorrang.

13. Niet snijden en elkaar de ruimte geven bij het passeren.

14. Elke ruiter dient na het rijden de mest van zijn/haar paard op te ruimen.

15. Dekens, jassen e.d. die over de railing worden gehangen, mogen niet in de rijhal
       uitsteken en derhalve als hinder worden ervaren door de ruiters.

16. Degene die het laatst de rijbaan verlaat, dient de lichten te doven en de deuren
      te sluiten.

Aldus opgemaakt te Hunsel d.d. 11 december 2008